| Contact
 | Lid worden
 | 
 

Locatie: > Home > Zwemles > Zwemvaardigheden > Survival > Toelichting

Technische toelichting survivaldiploma's 1,2 en 3

1. Algemeen
Deze zwemvaardigheidsdiploma's geven de kandidaten een zeer grote vaardigheid in en onder het water. Het overleven (survival) komt daarbij op de eerste plaats. Tevens leren de kandidaten op een veilige manier een vriendje te redden.

2. Rol voorover, rol achterover
Door een rol voorover en een rol achterover te maken, raakt men gedesoriënteerd. Het is zaak om snel weer te oriënteren en daarna de goede kant op te zwemmen. Er mag in Survival 1 en 2 niet tussentijds adem gehaald worden. Bij Survival 3, mag dit wel na de rol voorover en rol achterover.

3. Borstslag zwemmen
Tijdens het zwemmen van de borstslag in het survivaldiploma blijft het hoofd boven water.

4. Hoekduik
Bij het uitvoeren van de hoekduik worden de regels volgens de BREZ aangehouden. De kandidaat zwemt in borstligging en brengt ter voorbereiding van de hoekduik de armen gestrekt naar voren De benen blijven gestrekt naar achteren. De duik wordt ingezet met een krachtige doorhaalbeweging van de armen. Hiermee wordt het bovenlichaam voorover gekanteld tot een verticale houding. Beide benen worden nu uit het water getild en met gestrekte voeten loodrecht naar boven gestoken. Er wordt pas gezwommen als de tenen helemaal onder water zijn verdwenen.

5. Vervoeren van een vlot
Het vlot, dat met twee- of drietallen vervoerd wordt, wordt vastgepakt met de handen. Er wordt door de kandidaten dus alleen met de benen gezwommen. Het vlot mag niet worden losgelaten.

6. Naar de bodem laten zakken
Het laten zakken naar de bodem gebeurt voetwaarts.

7. Touw
Het touw is ervoor om een onderwateroriëntatie te begeleiden. Het touw wordt aan één zijde bevestigd aan een anker (zuignap, jerrycan gevuld met zand, enz.), 7 meter hoger wordt deze in een schuine lijn aan de kant of bijvoorbeeld aan een kurklijn vastgemaakt. De bedoeling is dat de kandidaten zich in rugligging omhoog trekken langs het touw.

8. HELP-houding
Een belangrijke bedreiging voor de veiligheid in het water is het gevaar voor onderkoeling in koud water. De HELP-houding zorgt ervoor dat de overlevingstijd verdubbeld wordt. De uitvoeringswijze staat uitvoerig in de BREZ omschreven. Hoofd boven water houden. Houd bovenarmen tegen de zijkanten van de borst en omklem met onderarmen en handen het drijvende voorwerp. Kruis de onder-benen, trek de knieën op en druk de dijen tegen elkaar. De HELP-houding lijkt op de foetushouding.

9. Popduiken
Bij het popduiken steken we in een schuine lijn voor de drenkeling naar de bodem. Bij de pop aange-komen, pakken we de pop onder de oksels, over de borst vast. We gaan schuin in rugligging naar boven, waarbij 1 hand boven water uitsteekt. Dit om de eigen veiligheid te waarborgen. De neus van de drenkeling wijst naar boven. In volgorde van bovenkomen: eerst de hand, daarna hoofd pop, daarna het eigen hoofd.

10. Reddingklos
Er zijn twee soorten reddingklossen, een kleine en een grote reddingklos. Beide mogen gebruikt worden voor dit diploma. De reddingklos is alleen te gebruiken bij een zichtbare drenkeling.
De lus van de lijn gaat om de duim van de hand waarmee wordt geworpen. Vervolgens gaat de lijn twee maal om de hand, eerst over de handrug en dan over de handpalm. Houd de klos in loodrechte stand vast tussen duim en middelvinger. Houd de wijsvinger onder de klos. De lijn loopt nu van onderen in de hand. Zorg ervoor dat bij de hand waarmee wordt gegooid, de voet achter staat, in loopstand. Gooi de klos altijd onderhands over de drenkeling heen. Haal de lijn overhands binnen, doet dit met twee handen; om en om, waarbij de pink naar voren wijst. Haal de lijn met grote slagen binnen.

11. De werpzak
In de werpzak zit een lijn met aan het uiteinde een lus. Deze lus moet om de hand, waarna de zak over de drenkeling wordt gegooid. Als er niet goed is gegooid, is het heel gemakkelijk de zak weer te binnenhalen. Vullen met water en opnieuw richting drenkeling gooien. De werpzak blijft drijven en is minder windgevoelig dan de klos.

12. De hurksprong
Door een hurksprong uit te voeren kan, als de drenkeling nog aan de wateroppervlakte is, goed in de gaten worden gehouden. De uitvoering is als volgt; ga rechtop op de rand van het zwembad staan, één been naar voren, één been naar achteren. Zwaai gelijktijdig het achterste been en beide armen naar vo-ren en zet tegelijkertijd af met het voorste been. Terwijl er wordt gesprongen, worden de benen opge-trokken in een ‘hurkhouding’ (dit noemen we ook wel de zithouding). De bovenbenen en het lichaam vormen een hoek van negentig graden. Houd de armen naar voren en buig de ellebogen een beetje. Het hele lichaam is licht naar voren gebogen. Men springt als het ware tegen het water aan. Op het moment dat het water wordt geraakt, zijn de knieën bij elkaar en zijn de voeten naar buiten gedraaid. Druk de benen stevig tegen elkaar aan. Druk de handen (en armen) naar beneden tegen het water. Daardoor en door de hurkhouding van de benen, ‘kletst’ men op het water en blijft het hoofd boven.

13. Watertrappen
In deze survivaldiploma's komen verschillende vormen van watertrappen aan de orde. Een duidelijke nieuwe vorm is het watertrappen, waarbij de armen over elkaar gehouden worden. Dit zwaarder, maar op deze manier wordt er meer lichaamswarmte vastgehouden. Het verplaatsen tijdens het watertrappen zorgt er juist weer voor, dat de kandidaten zich kunnen oriënteren en handhaven bij een zwemactiviteit in het zwembad. Het watertrappen met alleen de armen heeft tot essentie dat de kandidaten zich drijvende kunnen houden.

14. Vervoeren van de plank
De essentie van het vervoeren van de plank heeft te maken met de eventuele belangrijke materialen die droog moeten blijven, nadat bv. een boot is omgegaan. Dus vervoer de plank in 1 hand boven water, zodat deze droog blijft.

15. Rugzwemmen onder water (tijgeren)
Een nieuw item in de survivaldiploma's is het onder water zwemmen op de rug.
In de enkelvoudige rugslag, waarbij de armen licht mogen worden gebruikt, zwemt men onder het zeil of vlot door. Zowel het vlot alsmede het zeil liggen op minimaal 4 meter van de kant.

16. Hulpmiddel
Onder het gebruik van een hulpmiddel wordt verstaan, middelen die niet speciaal voor een redding gemaakt zijn. Bijvoorbeeld touwen, sjaal, takken, banden en flexibeams.

17. Het uitvoeren van een droge redding, waarom?
Het uitvoeren van een droge redding heeft de voorkeur, omdat dit veel veiliger is voor de redder. Eigen veiligheid is het belangrijkst. Leg dit duidelijk uit aan de kandidaten.

18. Het uitvoeren van een natte redding en dan?
Tijdens het uitvoeren van een natte redding, is natuurlijk de eigen veiligheid ook van het grootste belang. Zwem dus altijd met een ruime boog om de drenkeling heen en benader deze aan de achterzijde.

19. Kopgreep
Als redder gebruik men de kopgreep als de drenkeling rustig is en geen hoofdwond of nekletsel heeft. De redder bevindt zich achter de drenkeling en houdt het hoofd van de drenkeling tussen de handen. Men legt de handen over de oren van de drenkeling met de vingers naar boven gericht.
Vingers iets uit elkaar en maak een soort ‘kommetjes’ van de handen. Op deze manier perst men namelijk geen water in de oren van de drenkeling. De redder houdt zijn beide ellebogen zo veel mogelijk tegen het lichaam gedrukt. De onderarmen drukt men tegen de rug/schouderbladen van de drenkeling. Men houdt de polsen ‘gestrekt’; dat wil zeggen dat de onderarmen en handen bijna een rechte lijn vormen. Zo kan men de drenkeling in een liggende houding krijgen. De borstkast van de drenkeling wordt nu zo groot mogelijk en het water kan geen druk op de borstkast uitoefenen. Men houdt het hoofd van de drenkeling vast onder de kin of direct er naast. Op deze manier kan men met een beenslag de drenkeling gemakkelijk naar de kant vervoeren.

20. Geblindeerd zwemmen
Voor het geblindeerd zwemmen kan gebruik gemaakt worden van een duikbril. De glazen van de duikbril kunnen zwart gemaakt worden met een watervaste stift of een stukje zwart plastiek (vuilniszak). Laat nog iets licht doorschijnen, anders raken de leerlingen misschien in paniek.
Dit onderdeel heeft ook weer te maken met onderwateroriëntatie in donker water.

21. Onderwaterzwemmen
Tijdens al het onderwaterzwemmen moet het lichaam van de leerling minimaal 50 cm onder het wateroppervlak zijn.

22. Drijven op laarzen of regenkleding
De essentie voor het drijven op laarzen of regenkleding is het kunnen oriënteren bij een calamiteit door een korte periode te drijven op hulpmiddelen. In de laarzen en regenkleding kan men lucht vangen. De laarzen plaatst men onder de oksels en men blijft drijven. Bij de regenjas moet lucht worden gevangen, terwijl men de jas aan heeft. Bij de regenbroek vangt men lucht in de broekspijpen en bindt deze al watertrappend aan de onderzijde vast.

23. Het vervoeren met drietallen
In deze situatie is er sprake van twee redders en één drenkeling. De twee redders zwemmen met de schoolslag naast elkaar met ongeveer zestig centimeter tussenruimte. De drenkeling ligt op de borst in het water tussen de zwemmers. Hij houdt zich met gestrekte armen aan de schouders van de redders vast. Zijn rechterhand legt hij op de schouder van de redder die rechts van hem zwemt. Zijn linkerhand legt hij op de schouder van de redder die links van hem zwemt. De redders zwemmen in hetzelfde ritme en slepen zo de drenkeling naar de kant.

24. Kledingpakket

Basis kledingpakker Survival 1: zwemkleding & shirt of blouse met lange mouw.
Basis kledingpakker Survival 2: lange broek, shirt of blouse met lange mouw.
Basis kledingpakker Survival 3: lange broek, shirt of blouse met lange mouw.

Uitgebreid kledingpakket Survival 1: lange spijkerbroek, shirt of blouse met lange mouw en schoenen met harde zool.
Uitgebreid kledingpakket Survival 2: lange broek, shirt of blouse met lange mouw, regenjas en schoenen met harde zool.
Uitgebreid kledingpakket Survival 3: lange broek, shirt of blouse met lange mouw, trui, regenjas en schoenen met harde zool.

25. Spel- en lesmateriaal


Tilburgse Watervrienden
Telefoon: 06 - 53776424 (na 18 uur)
E-mail: gebruik ons contactformulier
Postadres: Postbus 5, 5000 AA Tilburg
Kamer van Koophandel nummer: 40258678
IBAN voor contributie: NL91 INGB 0001 9456 57

Social media

Facebook

© 2007-2018 Tilburgse Watervrienden
Voor het laatst aangepast op dinsdag 31 juli 2018.
Deze pagina is 20 keer bekeken (sinds 21 okt 2018).